KansPlus Rijnstreek  - 011
011

Naar overzicht

Volkskrant

zaterdag 14 januari 2012
Tegenslag bij down-onderzoek
ELLEN DE VISSER
 
Alzheimermedicijnen inzetten voor mensen met down: in theorie kan het. Praktijkstudies doen blijkt echter lastig.
In de hersenen van mensen met het syndroom van Down gebeurt hetzelfde als in het hoofd van patiŽnten met alzheimer, dus zou een medicijn tegen alzheimer ook invloed moeten hebben op het downsyndroom. Het idee is fascinerend, de resultaten bij muizen blijken veelbelovend, maar de eerste onderzoeksresultaten bij mensen met down zijn teleurstellend.
Britse artsen schrijven deze week op de site van The Lancet over een studie bij 160 40-plussers met het downsyndroom van wie de helft het alzheimermedicijn memantine kreeg. Een effect bleef uit: hun geheugen, leervermogen en functioneren verbeterden niet.
 
Bij alle mensen met downsyndroom gaan de hersenen vanaf hun 40ste achteruit. Dat proces lijkt sterk op alzheimer, al is de oorzaak anders. Mensen met down hebben drie exemplaren van chromosoom 21, met als gevolg een overproductie van het eiwit amyloÔd, waardoor ophopingen (plaques) tussen de hersencellen ontstaan. Ook bij alzheimerpatiŽnten worden die plaques aangetroffen. De hersencellen functioneren daardoor niet meer goed.
 
Memantine kan bij alzheimerpatiŽnten de levensduur van hersencellen verlengen. Bij muizen met het downsydroom heeft het middel een verbluffend effect. Daarom lieten Britse onderzoekers volwassenen met het downsyndroom een jaar lang memantine slikken. Ze namen cognitieve testen af en controleerden de concentratie van het eiwit amyloÔd in het bloed. Maar bij alle deelnemers, of ze nu memantine hadden geslikt of niet, werd na een jaar een cognitieve achteruitgang vastgesteld. De concentratie amyloÔd was in beide groepen bijna navenant gestegen.
 
Naast overeenkomsten tussen het downsyndroom en alzheimer zijn er ook essentiŽle verschillen, schrijven de onderzoekers. Dat kan het falen van het medicijn verklaren. Mensen met down maken hun hele leven te veel amyloÔd aan. Veel genen zijn bij hen bovendien verkeerd gereguleerd.
 
Achteruitgang
Betekent dat het einde van een veelbelovend onderzoeksterrein? De Amerikaanse neurowetenschapper Alberto Costa, zelf vader van een dochter met het downsyndroom, blijft optimistisch. Hij deed onderzoek naar het effect van memantine bij jongvolwassenen met down.
 
Costa kan niet vooruitlopen op de resultaten, laat hij vanuit Denver weten. Maar hij benadrukt dat het Britse onderzoek plaatsvond bij volwassenen bij wie al sporen van alzheimer waren aangetroffen. Bij eenderde was de diagnose dementie al gesteld. Dat verdere achteruitgang niet kon worden voorkomen, zegt niet dat het medicijn bij jongeren ook niet werkt, zegt hij.
Net als Costa denkt kinderarts Michel Weijerman dat bij het downsyndroom vanaf de eerste hersenontwikkeling een vorm van alzheimer ontstaat. Onderzoek naar het effect van een medicijn moet daarom op veel jongere leeftijd plaatsvinden, zegt ook hij.
Weijerman, hoofd kindergeneeskunde in het Rijnlandziekenhuis in Leiderdorp, zette een paar jaar geleden in het Amsterdamse VUmc een onderzoek op naar de uitwerking van het alzheimermedicijn galantamine op de spraak- en taalfunctie bij kinderen en tieners met het downsyndroom. Tal van ouders wilden er met hun kind aan meewerken, vertelt hij, en er was toestemming voor.
FinanciŽle perikelen lieten de studie op het laatste moment stranden.
 
Weijerman, die vorig jaar aan het VUmc promoveerde op een onderzoek naar de gevolgen van het downsyndroom, betreurt nog altijd dat zijn onderzoek geen doorgang kon vinden. 'Bij jonge kinderen zijn de eiwitplaques in hun hersenen nog gering. Dan kun je mogelijk de achteruitgang tegengaan en hun ontwikkeling een duw geven.'